Beleid recht en veiligheid
Contents
De migratie-agenda van de Europese Unie1 heeft vier doelstellingen: niet-reguliere migratie (bijvoorbeeld via mensensmokkelaars) minder aantrekkelijk maken, levens redden en de buitengrenzen beveiligen, een geharmoniseerd Europees asielbeleid en het aantrekken van mensen met vaardigheden. Asiel en migratie is een beleidsterrein waarop zowel de EU als de individuele lidstaten bevoegdheden hebben. De EU mag bijvoorbeeld de bewaking aan de EU-buitengrenzen versterken, terwijl de individuele lidstaten beslissen over de integratie van migranten in hun land.
In de Europese Unie1 leven honderden miljoenen consumenten. De interne markt heeft als gevolg dat de EU beleid ontwikkelt voor de bescherming van de rechten van al deze consumenten. Gemeenschappelijke regels en voorwaarden moeten volgens de EU leiden tot een eerlijk speelveld. Burgers moeten garantie hebben dat producten in supermarkten en andere winkels gezond en veilig zijn en dat zij bij klachten een redelijke schadevergoeding kunnen krijgen.
De Europese Unie1 vindt de veiligheid van de burgers erg belangrijk. Door het opheffen van de grensposten2 tussen de lidstaten heeft de criminaliteit binnen de EU ook een grensoverschrijdend karakter gekregen. Daarom werken de lidstaten nauw samen bij het bestrijden van criminaliteit.
Nationale veiligheid is in de Europese Unie de uitsluitende verantwoordelijkheid van elke afzonderlijke lidstaat. De militaire verdediging van veel lidstaten wordt, behalve door hun eigen nationale leger, gegarandeerd door de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie3 (NAVO). Wel wordt er op de nodige fronten nauw samengewerkt door de lidstaten.
Fraude is een belangrijk probleem binnen de Europese Unie1. Bedrijven en organisaties blijken soms onterecht EU-gelden te ontvangen, omdat ze zich niet aan de subsidie-voorwaarden houden. Jaarlijks gaat er daarom ongeveer 50 miljard euro aan btw-inkomsten verloren door grensoverschrijdende fraude. De EU heeft er belang bij deze fraude te bestrijden omdat dat geld beter voor andere projecten had kunnen worden gebruikt. De lidstaten van de EU4 coördineren onderling de bestrijding van specifieke vormen van fraude.
De landen van de Europese Unie (EU) werken steeds meer samen op het gebied van misdaadbestrijding. Dit is belangrijk omdat de controles aan de grenzen tussen de landen van de EU voor een groot deel zijn opgeheven. Personen, goederen, diensten en geld mogen zonder controle de grens over. Dat noemen we de interne markt. Daarom is er grensoverschrijdende samenwerking bij kwesties als de toestroom van vluchtelingen en asielzoekers naar lidstaten van de EU, een goede aanpak van georganiseerde misdaad en het bestrijden van het wereldwijde terrorisme.
De EU voert een actief mensenrechtenbeleid. Zo vraagt de EU zowel binnen als buiten de EU voortdurend aandacht voor schendingen van mensenrechten. Speerpunten daarbij zijn de rechten van vrouwen, kinderen, minderheden en ontheemden.
De rechtsstelsels en gerechtelijke apparaten van de lidstaten van de Europese Unie1 zijn verschillend. Elke lidstaat heeft zijn eigen wetgeving en rechtspraak. De Europese Unie streeft ernaar de systemen van de verschillende lidstaten zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Door het vrije verkeer van personen, diensten, kapitaal en goederen zijn de lidstaten namelijk nauw met elkaar verbonden.
Met dit beleid wil de EU de veiligheid waarborgen, nu binnen de Schengenzone landsgrenzen verdwenen zijn. Die zone is er sinds het Verdrag van Schengen5. Dat regelt het vrije verkeer van personen2 tussen 27 deelnemende landen in Europa. Op grond van dit verdrag kunnen burgers van de deelnemende landen vrij reizen binnen de Schengenzone. Om deze vrijheid in goede banen te kunnen leiden, heeft de EU competenties op het beleidsterrein van visa.
Sinds de aanslagen van 11 september 2001 in New York staat terrorismebestrijding hoog op de Europese agenda. In de decennia die volgden is ook Europa meermaals getroffen door terroristische aanslagen. Deze aanslagen hebben het EU1-beleid mede gestuwd. Ook voor andere grote samenwerkingsverbanden in en buiten Europa (Raad van Europa6, OVSE7 en NAVO3) is terrorismebestrijding een prioriteit.
- 1.De Europese Unie (EU) is het belangrijkste samenwerkingsverband in Europa. De deelnemende landen hebben voor deze Unie een aantal organisaties opgericht waaraan zij een deel van hun eigen bevoegdheden hebben overgedragen. Dit zijn onder meer het Europees Parlement, de Europese Commissie, de Raad en het Europese Hof van Justitie.
- 2.Dankzij het vrij verkeer van personen kunnen bewoners van de EU zonder restricties reizen in andere EU-lidstaten. Dit geldt ook voor bewoners van de drie landen die geen lid zijn van de EU maar wel deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER): Liechtenstein, Noorwegen en IJsland.
- 3.De Noord-Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO) werd in 1949 opgericht met als doel de veiligheid en vrijheid van de aangesloten landen te garanderen en wereldwijd stabiliteit te bevorderen. De organisatie realiseert deze doelstelling door de inzet van politieke en militaire middelen. De NAVO bestaat uit 1 landen uit Europa en Noord-Amerika. Ieder lid van de NAVO draagt bij met mankracht, materieel en andere middelen.
- 4.Momenteel zijn 27 landen lid van de Europese Unie. De meest recente uitbreiding van de Unie vond plaats op 1 juli 2013, met de toetreding van Kroatië. Er wordt verder over uitbreiding gesproken met verschillende landen in Oost-Europa. Het Verenigd Koninkrijk is sinds 31 januari 2020 middernacht geen lid meer van de Europese Unie. Dat was het eerste land dat de EU verliet.
- 5.Het Akkoord van Schengen heeft tot doel de geleidelijke afschaffing van controles aan de gemeenschappelijke grenzen tussen de 26 deelnemende landen. Daarnaast voorziet het akkoord in de instelling van een regeling voor vrij verkeer van alle burgers uit de deelnemende staten, de overige staten van de Europese Unie en een aantal derde landen. De naam komt van het Luxemburgse plaatsje Schengen waar het akkoord op 14 juni 1985 is ondertekend.
- 6.Na de verwoestende Tweede Wereldoorlog was er in Europa grote behoefte aan een organisatie die zich zou richten op het bevorderen van mensenrechten en democratie. In 1949 richtten Europese landen daarom de Raad van Europa op. Dit orgaan is géén onderdeel van de Europese Unie en moet niet verward worden met de Raad van de Europese Unie of de Europese Raad. Vrijwel alle Europese landen zijn lid.
- 7.De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE; in het Engels OSCE) is een intergouvernementele organisatie van circa 55 landen in Europa, Centraal-Azië en Noord-Amerika, die zich sinds 1973 bezighoudt met samenwerking op het gebied van militair, economisch en humanitair beleid.