Kabinet-Rutte I (2010-2012)
Dit minderheidskabinet1 van VVD2 en CDA3 werd gevormd na de Tweede Kamerverkiezingen 20104 en trad op 14 oktober 2010 aan als opvolger van het kabinet-Balkenende IV5. Voor een meerderheid in de Tweede Kamer sloten de regeringspartijen een gedoogakkoord6 met de PVV7. VVD-leider Mark Rutte8 werd de eerste premier van VVD-huize.
Als belangrijke taken zag het kabinet het saneren van de overheidsuitgaven, het vergroten van veiligheid en het verkleinen van de overheid. Daarnaast wilde Rutte I de gevolgen van de economische crisis bestrijden en de migratie beperken. Motto van het kabinet was 'vrijheid en verantwoordelijkheid'.
Het kabinet viel op 23 april 2012 als gevolg van de Catshuiscrisis9. De PVV achtte zich na het mislukken van de besprekingen over het terugdringen van het begrotingstekort niet langer gebonden aan het gedoogakkoord. Premier Rutte bood daarop het ontslag van zijn kabinet aan. Op 5 november 2012 trad het kabinet-Rutte II10 aan als opvolger.
Contents
Formatie
De kabinetsformatie11 van 2010 mondde uit in het minderheidskabinet-Rutte I dat werd gedoogd door de PVV. Dat gebeurde na een moeizame formatie, waarin pas op een (emotioneel) congres van het CDA het groene licht werd gegeven.
Regeerakkoord en regeringsverklaring
Op 30 september 2010 sloten CDA en VVD het coalitieakkoord 'Vrijheid en verantwoordelijkheid'. Tegelijkertijd werd er met de PVV een gedoogakkoord overeengekomen. Premier Rutte legde op 26 oktober 2010 de regeringsverklaring af.
datum |
wat |
tot en met |
dagen |
---|---|---|---|
14 oktober 2010 |
Beëdiging12 nieuwe bewindslieden, aantreden kabinet |
22 april 2012 |
557 |
23 april 2012 |
Ontslag gevraagd, kabinet demissionair13 |
4 november 2012 |
196 |
Totale zittingsduur14 kabinet |
753 |
Drs. M. Rutte (VVD)
Viceminister-president
Drs. M.J.M. Verhagen (CDA)
Algemene Zaken
minister: Drs. M. Rutte (VVD)
Buitenlandse Zaken
minister: Dr. U. Rosenthal (VVD)
staatssecretaris: Dr. H.P.M. Knapen (CDA)
Veiligheid en Justitie
minister: Mr. I.W. Opstelten (VVD)
staatssecretaris: Mr. F. Teeven (VVD)
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
minister: Mr. J.P.H. Donner (CDA) (14 oktober 2010 - 16 december 2011)
minister: Mr.Drs. J.W.E. Spies (CDA) (16 december 2011 - 5 november 2012)
minister voor Immigratie en Asiel
minister: Drs. G.B.M. Leers (CDA) (14 oktober 2010 - 16 december 2011)
minister voor Immigratie, Integratie en Asiel
minister: Drs. G.B.M. Leers (CDA) (16 december 2011 - 5 november 2012)
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
staatssecretaris: Drs. H. Zijlstra (VVD)
Financiën
minister: Mr.Drs. J.C. de Jager (CDA)
staatssecretaris: Mr.Drs. F.H.H. Weekers (VVD)
Defensie
minister: Drs. J.S.J. Hillen (CDA)
Infrastructuur en Milieu
minister: M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (VVD)
staatssecretaris: J.J. Atsma (CDA)
Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
minister: Drs. M.J.M. Verhagen (CDA)
staatssecretaris: Dr. H. Bleker (CDA)
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
minister: H.G.J. Kamp (VVD)
staatssecretaris: Drs. P. de Krom (VVD)
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
minister: Drs. E.I. Schippers (VVD)
staatssecretaris: Drs. M.L.L.E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (CDA)
In deze kabinetsperiode vond er slechts één wijziging in de samenstelling van het kabinet plaats.
-
-Donner opgevolgd door Spies als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Op 16 december 2011 verliet minister Donner het kabinet, vanwege zijn benoeming tot vicepresident van de Raad van State15. De Zuid-Hollandse gedeputeerde en oud-CDA-Tweede Kamerlid Liesbeth Spies volgde hem op. Aan het takenpakket van minister Leers werd het beleidsterrein 'integratie' toegevoegd.
Voor een meerderheid in de Tweede Kamer waren VVD en CDA afhankelijk van gedoogsteun van de PVV. Samen met de gedoogpartner beschikten de regeringspartijen over een nipte meerderheid van 76 zetels.
In de Eerste Kamer was de PVV voor de verkiezingen van 201116 niet vertegenwoordigd. De regeringspartijen waren hier dan ook afhankelijk van samenwerking met andere partijen, in het bijzonder de SGP17. Deze situatie duurde ook na de verkiezingen voort, omdat VVD, CDA en PVV samen geen meerderheid wisten te behalen.
VVD |
CDA |
PVV |
totaal |
|
---|---|---|---|---|
Kabinet: Ministers / (Staatssecretarissen) |
6 / (4) |
7 / (4) |
- |
13 / (8) |
Tweede Kamer op 14 okt 2010 |
31 |
21 |
24 |
76 (50,7%) |
Eerste Kamer tot 7 juni 2011 |
14 |
21 |
- |
35 (46,7%) |
Eerste Kamer vanaf 7 juni 2011 |
16 |
11 |
10 |
37 (49,3%) |
Op 20 maart 2012 stapte Hero Brinkman18 uit de PVV-fractie na onenigheid over het islamstandpunt en de interne organisatie van de partij. Hij ging verder als eenmansfractie. Door deze afscheiding hield de gedoogcoalitie nog slechts 75 zetels over. Brinkman gaf echter aan dat hij het kabinet zou blijven steunen.
De economie was nog amper aan herstel van de kredietcrisis en de Grote Recessie van 2008/2009 toegekomen, of de eurocrisis en een nieuwe recessie dienden zich alweer aan. In het voorjaar van 2012 was duidelijk dat het ‘€ 18 miljardpakket’ van voorgenomen en deels al in gang gezette besparingsmaatregelen van het kabinet-Rutte I niet genoeg zou zijn om het begrotingstekort binnen de Europese norm van 3% BBP te houden.
Veiligheid en Justitie20
-
-Nationale politie
In 2012 bracht minister Opstelten een wet tot stand waarbij nationale politie werd ingevoerd. Vooruitlopend op deze wet werd al een begin gemaakt met deze reorganisatie.
Immigratie en Asiel
-
-Verscherping beleid
Het kabinet zette in op vermindering van het aantal asielaanvragen. Vreemdelingen moesten bovendien zelf hun inburgering gaan betalen. In EU-verband werd getracht regels voor gezinshereniging te verscherpen, maar de pogingen daartoe mislukten.
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap21
-
-Invoering langstudeerboete
Op 8 juli 2011 werd de langstudeerboete ingevoerd, een verhoging van het wettelijk collegegeld voor iedere student die meer dan één jaar langer over een hbo- of WO-opleiding zou doen.
Financiën22
-
-Begrotingsakkoord 2012
Om op tijd een conceptbegroting te kunnen laten zien aan de Europese Commissie en te voldoen aan Europese begrotingseisen sloot het demissionaire kabinet op 26 april 2012 een begrotingsakkoord met D66, GroenLinks en ChristenUnie. Hierin werden afspraken gemaakt over aanvullende bezuinigingen. Het akkoord kwam bekend te staan als het Lente- of Kunduz-akkoord.
Defensie23
-
-Kunduz-Missie Afghanistan
In januari 2011 besloot het kabinet een politietrainingsmissie naar de Afghaanse provincie Kunduz te sturen. Nadat onder meer de nadrukkelijke verzekering was gegeven dat de opgeleide politiemensen geen militaire taken zouden krijgen, steunde een meerderheid van de Tweede Kamer deze missie.
-
-Militair optreden in Libië
In maart 2011 werd besloten tot een Nederlandse bijdrage aan de internationale militaire actie om de burgerbevolking van Libië te beschermen tegen het regime van Khaddafi. De wijze waarop een spoedevacuatie van een werknemer van Haskoning uit Libië was aangepakt en waarbij de helikopterbemanning gevangen was genomen, werd ernstig bekritiseerd in de Tweede Kamer.
Bijzonderheden
Liberale premier
Het kabinet Rutte-I was het eerste kabinet dat onder leiding stond van een premier van de VVD. Bij het aantreden van het kabinet zei Rutte zichzelf te zien als de eerste liberale premier sinds Cort-van der Linden24 (1913-1918).
In de twee troonredes die het kabinet opstelde, was er vooral veel aandacht voor de economische crisis. In 2012 werd er ook stilgestaan bij de toen lopende kabinetsformatie en de viering van 200 jaar Koninkrijk in 2013.
Op zaterdag 23 april 2012 kwam het kabinet-Rutte I ten val, nadat de besprekingen in het Catshuis over verdere bezuinigingen waren mislukt. Over de inhoudelijke redenen was strikt genomen niets bekend, omdat wekenlang in beslotenheid was vergaderd. Het leek er op dat de onderhandelaars van VVD, CDA en PVV het eens waren geworden over een bezuinigingspakket van € 14,4 miljard. Dat bleek echter niet het geval.
Na de breuk zegde Geert Wilders25 namens de PVV-fractie het in oktober 2010 gesloten gedoogakkoord26 op. Premier Mark Rutte8 diende op zaterdagavond 21 april het ontslag van zijn kabinet aan de Koningin aan. Na overleg tussen de fracties in de Tweede Kamer en een Kamerdebat op 24 april werd besloten op 12 september vervroegde Tweede Kamerverkiezingen te houden.
Meer over
- 1.Als regel steunen kabinetten op het moment dat zij worden gevormd op een meerderheid van Tweede (en Eerste) Kamer. Als dat niet het geval is, spreken we van een minderheidskabinet.
- 2.De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) is een rechtse liberale partij, met op onder meer ethisch gebied progressievere standpunten. Politiek leider is sinds 14 augustus 2023 Dilan Yesilgöz-Zegerius. De partij werd opgericht in 1948 als opvolger van de Partij van de Vrijheid (PvdV), die weer een voortzetting was van de vooroorlogse Liberale Staatspartij (LSP).
- 3.Het Christen-Democratisch Appèl (CDA) is een christelijk geïnspireerde partij in het centrum van het politieke spectrum. Henri Bontenbal is momenteel politiek leider van het CDA. De partij werd opgericht op 11 oktober 1980 als fusie van Anti-Revolutionaire Partij (ARP), Christelijk-Historische Unie (CHU) en Katholieke Volkspartij (KVP).
- 4.Op 9 juni 2010 vonden er Tweede Kamerverkiezingen plaats. Deze waren nodig na de val van het kabinet-Balkenende IV. De PvdA-bewindslieden traden in februari 2010 uit dat kabinet. Grote winnaars van de verkiezingen waren PVV en VVD. De VVD, met Mark Rutte als lijsttrekker, werd voor het eerst de grootste partij door de PvdA met één zetel voor te blijven. GroenLinks won licht. Het CDA leed een (zware) nederlaag, net als SP en D66. De Partij voor de Dieren kreeg voor het eerst (twee) zetels.
- 5.Dit kabinet werd gevormd na de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006. Het was tot 23 februari 2010 een coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie en daarna van CDA en CU. Het trad op 22 februari 2007 aan als opvolger van het kabinet-Balkenende III. Motto van het kabinet was 'Samen werken, samen leven'.
- 6.In een gedoogakkoord leggen Kamerfracties afspraken vast over de steun voor het toekomstige regeringsbeleid. Het gaat daarbij om afspraken tussen fracties van partijen die toetreden tot het nieuwe kabinet en een fractie (of fracties) die alleen 'gedoogt', maar zelf buiten het kabinet blijft. Tot 2010 kenden we dit begrip overigens niet. Of, als er in de toekomst vaker gedoogakkoorden worden gesloten, de opzet daarvan hetzelfde is, is onzeker.
- 7.De Partij voor de Vrijheid (PVV) is een populistische partij, met zowel conservatieve, 'rechtse' als 'linkse' standpunten. De PVV is op 22 februari 2006 geregistreerd bij de Kiesraad door Geert Wilders, na zijn vertrek bij de VVD. Hij is sindsdien ook de politiek leider.
- 8.Mark Rutte (1967) is sinds 1 oktober 2024 secretaris-generaal van de NAVO. Hij was van 14 oktober 2010 tot 2 juli 2024 minister-president en minister van Algemene Zaken. Sinds 2006 was hij politiek leider van de VVD. In 2006-2010 was de heer Rutte fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer. Hij was van 17 juni 2004 tot 28 juni 2006 staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap belast met wetenschapsbeleid, beroepsonderwijs en studiefinanciering. Daarvoor was hij bijna twee jaar staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid belast met onder andere volksverzekeringen, bijstand en arbeidsomstandigheden. De heer Rutte was eerder voorzitter van de JOVD en manager bij een werkmaatschappij van Unilever.
- 9.Op zaterdag 23 april 2012 kwam het kabinet-Rutte I ten val, nadat de besprekingen in het Catshuis over verdere bezuinigingen waren mislukt. Over de inhoudelijke redenen was strikt genomen niets bekend, omdat wekenlang in beslotenheid was vergaderd. Het leek er op dat de onderhandelaars van VVD, CDA en PVV het eens waren geworden over een bezuinigingspakket van € 14,4 miljard. Dat bleek echter niet het geval.
- 10.Dit kabinet werd door VVD en PvdA gevormd na de Tweede Kamerverkiezingen van 12 september 2012. VVD-leider Mark Rutte werd voor de tweede keer premier. Onder leiding van informateurs Wouter Bos en Henk Kamp wisten de coalitiepartijen hun grote onderlinge verschillen te overbruggen. De formatie van het kabinet-Rutte II was één van de snelste kabinetsformaties ooit.
- 11.Na elke Tweede Kamerverkiezing, of soms na de val van een kabinet, begint het proces van de formatie van een nieuw kabinet. Doel van de kabinetsformatie is een kabinet te vormen dat enerzijds kan rekenen op steun van de meerderheid van de Tweede Kamer en anderzijds tot een gezamenlijk beleid kan komen. De Grondwet is vrij bescheiden wat betreft de kabinetsformatie. Slechts de artikelen 43 en 48 van de Grondwet spreken over de vorming van een kabinet: ministers en staatssecretarissen worden bij koninklijk besluit benoemd.
- 12.Bij het aantreden van een nieuw kabinet worden de nieuwe ministers en alle staatssecretarissen beëdigd. Zittende ministers gaan over in het nieuwe kabinet. Feitelijk wordt besloten het door hen gevraagde ontslag niet te verlenen (of zij komen terug op hun verzoek hun portefeuilles ter beschikking te stellen). Wel kunnen bewindslieden in het nieuwe kabinet een andere functie krijgen, maar dit wordt bij Koninklijk Besluit geregeld.
- 13.Als een kabinet of minister ontslag heeft gevraagd aan de Koning(in), maar dit ontslag nog niet is verleend, noemen we dat demissionair. Het is na 1922 gebruikelijk dat een kabinet op de dag van de verkiezingen zijn ontslag aanbiedt, tenzij het dat eerder al had gedaan vanwege een kabinetscrisis.
- 14.De zittingsperiode van een kabinet valt samen met de zittingsduur van de Tweede Kamer, namelijk vier jaar. Het is echter niet vanzelfsprekend dat alle kabinetten de rit tot het einde uitzitten. Bij een tussentijdse crisis wordt de Tweede Kamer ontbonden en komen er nieuwe verkiezingen. Op basis van de nieuwgekozen Tweede Kamer wordt een nieuw kabinet gevormd.
- 15.De vicepresident van de Raad van State heeft de feitelijke leiding van dit Hoge College van Staat, het belangrijkste adviesorgaan van de regering. Hij of zij bekleedt tevens het voorzitterschap van de Afdeling Advisering van de Raad van State, die adviezen uitbrengt over onder meer wetsvoorstellen en verdragen. Verder is de vicepresident een belangrijk (persoonlijk) adviseur van het staatshoofd bij staatkundige kwesties.
- 16.Op maandag 23 mei 2011 werd een nieuwe Eerste Kamer gekozen. De (gedoog)coalitie VVD-CDA-PVV kreeg 37 zetels, net een zetel te weinig voor een meerderheid: De PVV komt voor het eerst in de Eerste Kamer met 10 zetels. De nieuwe patij 50plus, de partij van Jan Nagel, is met een zetel in de Kamer vertegenwoordigd. Door een stemfout van een Noord-Hollands D66-Statenlid, hij vulde zijn stembiljet met zijn blauwe ballpoint in en niet met het rode potlood, verloor D66 een zetel aan de SP. Het stembiljet werd namelijk ongeldig verklaard.
- 17.De SGP is een behoudende christelijke (reformatorische) partij aan de rechterkant van het politieke spectrum, die strikt volgens Bijbelse normen politiek wil bedrijven. Politiek leider van de SGP is Chris Stoffer. De partij werd opgericht op 24 april 1918 en is daarmee de oudste nog bestaande partij van Nederland.
- 18.Amsterdamse politieagent, die als PVV-dissident veel van zich deed spreken. Na de verkiezingswinst van de PVV kwam hij in november 2006 in de Tweede Kamer. Als woordvoerder binnenlandse zaken, politie, defensie, maar vooral Koninkrijksrelaties schuwde hij ferme uitspraken niet. Dat zorgde voor spanningen tijdens een delegatiebezoek aan de Antillen. In 2011 PVV-lijsttrekker bij de Statenverkiezingen in Noord-Holland en tot maart 2015 Statenlid. Kwam in 2012 in conflict met Wilders, toen hij kritisch was over organisatie en opereren van de PVV. Hij ging toen in politieke zin zijn eigen weg met nieuwe politieke bewegingen, maar zonder electoraal succes. Keerde daarna terug naar de politie, waarmee hij later echter in conflict kwam en opende later zijn eigen restaurant.
- 19.2011
- De Wet dieren zorgt voor een integraal wettelijk kader voor het gedrag van mensen jegens dieren en ter beheersing van de risico's die dieren of van dieren afkomstige producten mee kunnen brengen voor de mens en voor andere dieren. Er komt een nieuw stelsel van uitvoeringsregelgeving. De wet omvat een groot aantal bepalingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en verder regels uit onder andere de Kaderwet diervoeders, de Diergeneesmiddelenwet, de Wet op de dierenbescherming en de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990. Deze wetten vervallen
- 20.Dit ministerie bestond in 2010-2017 en hield zich bezig met rechtspleging en rechtshandhaving, jeugd en sanctietoepassing, de politie en terrorismebestrijding en veiligheid. Het ministerie was belast met wetgeving op het gebied van privaatrecht, straf- en sanctierecht, administratief recht en bestuursrecht en met het bewaken van de kwaliteit van de wetgeving.
- 21.Dit ministerie draagt de zorg voor het scheppen van een wettelijk kader voor het onderwijs, voor het uitvoeren van onderwijswetten en het verstrekken van financiële middelen daarvoor. Daarnaast heeft het ministerie de zorg voor de bevordering van wetenschappelijk onderwijs en wetenschapsbeleid en voor het cultuur- en mediabeleid. 'OCW' is sinds 2012 ook verantwoordelijk voor het emancipatiebeleid en sinds 2017 voor het 'groen onderwijs'.
- 22.Dit ministerie speelt een centrale rol bij het vertalen van het algemeen regeringsbeleid in financieel beleid. Daarnaast coördineert het de openbare uitgaven en zorgt het ministerie voor de inning van de belastinggelden. Het ministerie is verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van de financiën van lagere overheden als provincies en gemeenten. Het monetaire beleid is eveneens een zorg van dit ministerie. Het ministerie behartigt de Nederlandse, financiële belangen in Europa en de rest van de wereld.
- 23.Het ministerie van Defensie draagt de zorg voor het goed functioneren van de krijgsmacht van ons land. De krijgsmacht dient ter verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk. Daarnaast dient de krijgsmacht ter handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde.
- 24.Kleine, statige en beheerste geleerde, die door zijn premierschap tijdens de Eerste Wereldoorlog één van de belangrijkste staatsmannen van de twintigste eeuw werd. Progressief denkende Groningse jurist en hoogleraar. Zoon van een Tweede Kamerlid en zelf enige tijd plaatsvervangend griffier. Liberaal, maar geen partijman. Bracht als minister van Justitie in het kabinet-Pierson (1897-1901) belangrijke wetgeving tot stand onder andere over kinderrecht. Zijn kabinet bracht de Grondwetsherziening van 1917 tot stand, waarbij het algemeen mannenkiesrecht, de evenredige vertegenwoordiging en de financiële gelijkstelling van bijzonder en openbaar onderwijs werden geregeld. Stond als premier boven de partijen en had zeer veel gezag. Kreeg vanwege zijn wijze beleid tijdens de Eerste Wereldoorlog nog tijdens zijn ministerschap de titel 'minister van staat'. Was na 1918 tot op hoge leeftijd staatsraad.
- 25.Geert Wilders (1963) is sinds november 2006 politiek leider van de PVV. Hij is sinds 25 augustus 1998 (met een korte onderbreking in 2002) Tweede Kamerlid. Aanvankelijk was hij dat voor de VVD, maar op 2 september 2004 werd hij een onafhankelijk Kamerlid. In 2023 was hij voor de zesde keer lijsttrekker. De heer Wilders was medewerker van de afdeling Verdragen bij de Ziekenfondsraad, wetstechnisch medewerker van de Sociale Verzekeringsraad en beleidsmedewerker en speechschrijver van de VVD-Tweede Kamerfractie. In 2010 zat hij enige tijd in de gemeenteraad van Den Haag.
- 26.Het regeerakkoord 'Vrijheid en Verantwoordelijkheid' omvatte de afspraken gemaakt tussen regeringspartijen VVD en CDA en vormde de basis voor het kabinet-Rutte I. Het regeerakkoord telde 46 pagina's. Centraal stonden de gelijkwaardigheid en vrijheid van alle burgers, versterking van de Nederlandse concurrentiepositie en investeren in 'de kenniseconomie'.
- 27.PDC, 15 oktober 2010
- 28.Na acht jaar komt er een eind aan 'Paars'. 2002 staat in het teken van de opkomst van de politieke beweging rond Pim Fortuyn en diens gewelddadige dood. Een periode van grotere politieke instabiliteit breekt aan. De verschuivingen bij verkiezingen nemen toe en de 'centrum-partijen' (CDA, PvdA en VVD) verliezen geregeld terrein ten koste van partijen aan de politieke flanken, zoals SP en PVV. Om een meerderheidskabinet te vormen, is steeds een 'derde' partij nodig.
- 29.Nederland heeft sinds 1945 tientallen verschillende kabinetten gehad. Drees en Balkenende leidden vier kabinetten, terwijl Lubbers twaalf jaar minister-president was. Mark Rutte was dat van 2010 tot en met 2024 en ook hij leidde vier kabinetten.